Ik rij er soms nog wel eens langs
uit heimwee of verdriet
als het eens op de route ligt
of in de buurt, of niet.
en steeds doe ik hetzelfde
ik kan het niet weerstaan:
ik moet heel even kijken
en terug naar vroeger gaan.
Mijn blik glijdt langs de bomen
langs de poort en oprijlaan
nog altijd ijdel hopend
dat de tijd heeft stil gestaan,
dat het huis nog het huis is
zoals mijn opa het ooit zag
en waar zijn vader ook gelukkig was
tot aan zijn laatste dag
dat de kamer aan de voorkant
nog de pianokamer is
waar mijn moeder Haydn speelde,
en dat nog het raam er is
waar mijn zus haar naam op kraste
toen ze 't even niet meer wist,
en de vijver
waar ‘k haar dagboek
later nog heb uitgevist.
dat de rozen van mijn vader
juichend klimmen naar het licht
maar mijn ogen branden als ik zie
wat de tijd heeft aangericht
Ik rij er soms nog wel eens langs
als kleine bedevaart
Ik weet, lief, dat die kant van mij,
jou wel eens zorgen baart
dat ik mijzelf daarin verlies,
maar je vrees is ongegrond,
‘t is hooguit vier a vijf keer in de week
naar beneden afgerond