Diederik van Vleuten

Diederik van Vleuten; Daar Werd Wat Groots Verricht

Drie teksten uitgesproken bij het 4 mei concert 2013 in het Concertgebouw Amsterdam

I

 

Ik was negen jaar toen mijn moeder mij uitlegde wat Dodenherdenking was. We zouden die avond twee minuten stil zijn en ik wilde weten waarom dat was.
‘Toen ik zo oud was als jij woonde ik in Zwolle. Er liepen toen Duitse soldaten over de grote brug over de IJssel. Die Duitse soldaten hoorden daar niet maar ze waren er wel. Ze zijn hier vijf jaar gebleven. En op een dag waren ze weg. Toen was de oorlog afgelopen. En toen de oorlog afgelopen was, toen waren er een heleboel mensen niet meer. Aan die mensen denken we vanavond. Dan zijn we twee minuten stil, in heel Nederland. Dat is Dodenherdenking’ 

Een betere samenvatting van wat Dodenherdenking is heb ik nooit meer gehoord. 

Van mijn eerste bewuste Dodenherdenking zie ik de beelden nog haarscherp voor me. We stonden op het balkon achter ons huis in Voorburg. Mijn vader, mijn moeder, mijn broer mijn zusje en ik. We keken uit over de weilanden. En toen het tegen 8 uur liep gebeurde er iets dat nu in Nederland ondenkbaar is geworden. 

Overal stapten fietsers af. Auto's gingen aan de kant van de weg staan. En nog iets: in de verte stond de trein stil midden in de weilanden. En toen was het 8 uur en was het overal twee minuten helemaal stil. Deze stilte.
Het enige geluid dat de stilte heel even onderbrak was het gefluit van een merel op het dak bij de buren. Het was de lente van 1970. 

Die stilstaande trein in de weilanden, het gefluit van die merel. Ik denk er nog altijd aan als het 4 mei is. 

 

Mijn ouders waren kinderen toen de oorlog uitbrak, en pubers toen hij voorbij was. Ze leven allebei nog en ik prijs mij gelukkig. Mijn vader werd geboren in 1930, mijn moeder in 1933, het jaar waarin zich een nieuwe schaduw over Europa begon af te tekenen.

Vorig jaar liet mijn moeder mij een foto zien van haar vader Hielke Goedemoed, 20 jaar oud, trots poserend in zijn uniform op het tuinpad van zijn ouderlijk huis in Zwolle. Die foto is genomen op 1 augustus 1914. De Eerste Wereldoorlog. De oorlog die aan alle oorlogen een eind zou maken. De oorlog die aan ons voorbij ging. 

De dag ervoor had Koningin Wilhelmina haar handtekening gezet onder het mobilisatiebesluit. Nederland hield de adem in. We waren neutraal maar het was niet aan ons of dat ook gerespecteerd zou worden. De meidagen van 1940 zouden dat 26 jaar later onbarmhartig aantonen. 

 

Een paar dagen na die 1e augustus konden wij opgelucht ademhalen toen de Duitse troepen vlak onder onze grens voorbij marcheerden. Ze raasden dwars door België, ons buurland, net zo neutraal was als wij. 

Als volgend jaar overal in Europa de herdenking van de Grote Oorlog begint en wij vier jaar lang overspoeld zullen worden met boeken en documentaires zullen we weer eens beseffen waaraan Nederland toen ontsnapt is. 

 

Vier jaar lang was mijn opa Hielke gemobiliseerd. Toen de wapenstilstand van 11 november 1918 daar was, mocht hij naar huis. Een half jaar later verloofde hij zich met zijn verkering, Sabine, die mijn oma zou worden. Dat was in de zomer van 1919, de zomer van de vrede van Versailles, die rampzalige vrede waarbij de politici Europa opnieuw verdeelden of ze een taart in stukken sneden. Duitsland werd als hoofdschuldige aangewezen. Niemand kon toen nog voorzien welke afschuwelijke prijs de wereld voor die vrede zou gaan betalen.

Van die dingen hadden Hielke en zijn Sabine geen besef. Toen in Versailles de glazen werden geheven, wandelden zij verliefd en verloofd bij Zwolle langs de rivier. Ze keken uit over het water en zagen hoe de veerboot rustig naar de overkant gleed. Want de grote brug over de IJssel waarvan mijn moeder mij vertelde toen ik haar vroeg wat Dodenherdenking was, die was er nog niet. 

Toen de Duitsers een oorlog later over die brug marcheerden maakte  Hielke deel uit van een verzetsgroep in Zwolle. Hij heeft er later niet of nauwelijks over gepraat. Ik heb hem nooit gekend. Hij stierf in 1960, een jaar later werd ik geboren. Als eerbetoon draag ik zijn naam. Mijn derde naam is Hielke.

 

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak zaten mijn opa en mijn oudoom van mijn vaders kant midden op de Indische Oceaan. Sam en Jan van Vleuten waren toen 9 en 8 jaar oud. Twee jongetjes, geboren en getogen op Java. Mijn familie was op weg naar Nederland, met verlof. Ze kwamen hier aan in de loop van augustus 1914. 

Tijdens die verloftijd speelden Sam en Jan vaak op een boerderij van hun oom Dick in het zuiden van Brabant. Daar konden zij het gerommel en gedonder horen van de kanonnen van het westfront in Vlaanderen. 'Ik ken de Eerste Wereldoorlog van geluid' schreef oom Jan later zijn memoires. Het klonk als een onweer in de verte dat maar niet ophield. Hij zou het zijn leven niet vergeten. 
Oom Jan heb ik heel goed gekend. Een lieve zachte man. Mijn vader beschouwde hem als zijn tweede vader. Misschien dat ik daarom bij mijn geboorte ook naar hem genoemd ben. Mijn tweede naam is Jan. 

Zo draag ik de namen van twee mensen die beide wereldoorlogen bewust meemaakten. In de Eerste Wereldoorlog was de een vier jaar lang gemobiliseerd, de ander werd overweldigd door het geluid van de kanonnen in Vlaanderen. In de Tweede Wereldoorlog zat de een stil in het verzet, de ander zat drie jaar opgesloten in de Japanse interneringskampen op Java. 

 

Vraag honderd mensen aan wie en wat zij denken op 4 mei om 8 uur en honderd keer zal het antwoord anders zijn. Ik heb vanavond aan Jan en Hielke gedacht. Ik draag hun namen met trots. 

Morgen vieren wij dat er hier al 68 jaar geen oorlog is. Sinds 5 mei 1945 is het hier in Nederland vrede. Een dagelijkse blik op de voorpagina van willekeurig welke krant zou ons moeten doen beseffen hoe kostbaar dat is. Hoeveel geluk wij hebben. Hoe onnoemelijk bevoorrecht wij hier zijn. Hoe groot de opdracht is om die vrede te bewaren en nooit te verkwanselen. 

Alleen al dat besef, dat wij hier al weer een mensenleven lang de dans ontspringen, dat besef zou iedereen twee minuten stil moeten maken. Ieder jaar, op iedere vierde mei, opnieuw en opnieuw en opnieuw. Twee minuten stil. Doodstil. 

 

___________

 

II 

 

Zijn naam was Henry Roberts. Hij was een officier in het Britse Leger. Hij had in de Grote Oorlog gevochten aan de Somme, bij Ieper en Arras maar hij had de hel van de loopgraven overleefd.
In de jaren na de Grote Oorlog probeerde hij zijn leven in Engeland weer op te bouwen. Hij nam ontslag uit het leger en werd onderwijzer. Over de oorlog sprak hij met geen woord. Niet met zijn vrouw, niet met zijn kinderen. Hij had de herinnering eraan systematisch uitgewist.
Maar op een dag verscheen hij niet aan het ontbijt. Zijn vrouw, die een half uur geleden nog naast hem in bed had gelegen, ging op zoek maar kon hem nergens vinden. Een speurtocht rond het huis leverde ook niets op.
 
Uiteindelijk werd hij gevonden helemaal aan het eind van het dorp. Hij was hoog in een telefoonpaal geklommen. Hij zat op de uitkijk en riep met schorre stem dat de vijand opnieuw in aantocht was. The're coming again, the're coming again! Zijn vrouw probeerde hem te kalmeren. The war is over dear, there is no enemy. You can come down'. Na een tijdje kwam Hendry naar beneden. 

Een paar dagen later zat hij weer in de paal. En weer moest zijn vrouw hem kalmeren. You can come down, Henry, the enemy is gone forever. Gone Forever, Henry. 
Een week later was het weer raak en zo zou het blijven gaan. Keer op keer zat Henry in de telefoonpaal en schreeuwde dat er een nieuwe oorlog op komst was. Het hele dorp was er aan gewend geraakt. 

Op een dag zou hij voor het laatst omhoog gaan. Toen zijn vrouw hem weer ging ophalen lag hij dood aan de voet van de paal. Een hartaanval was hem fataal geworden. Hij werd in kleine kring begraven. Twee dagen na zijn begrafenis presenteerde Winston Churchill zijn oorlogskabinet. Het was de 10e mei, de dag waarop de legers van Hitler België, Luxemburg en Nederland binnenvielen. 

 

Vorige zomer was ik een paar dagen in Engeland. Op weg naar vrienden in Buckinhamshire maakte ik een omweg naar het dorpje Westreham in Kent. Ik wilde Chartwell zien, het landgoed waar Winston Churchill meer dan 40 jaar heeft geleefd, gewoond en gewerkt. Het bezoek ontroerde me. Zijn werkkamer, zijn slaapkamer, het atelier met zijn schilderijen, de tuinen, de keuken, zijn bibliotheek. Als je door Chartwell loopt heb je het idee of hij ieder moment kan komen binnenwandelen. Met zijn hoed, zijn glimlach, zijn sigaar en zijn V teken. V for Victory. 

 

Mijn vader had een LP met Churchills beroemdste speeches.Hij kon smakelijk vertellen over de man die een absolute held was in de jaren dat mijn vader nog een jonge jongen was. 

Het is 13 mei 1940, drie dagen na Churchills aantreden als Prime Minister. De toestand in Europa ziet er hopeloos uit. Hitler wint op alle fronten. Heel Engeland is in afwachting wat de man zal zeggen die hen door deze oorlog zal moeten leiden. Wat heeft hij hen te bieden? Wat hij te bieden heeft is simpel: blood, toil, tears and sweat. En zijn boodschap gericht aan de House of Commons is glashelder en eenduidig. En die boodschap wordt gehoord tot in het hart van Berlijn:

'U vraagt ons wat onze politiek is. Wij zullen oorlog voeren ter zee, ter land en in de lucht met alles wat in ons vermogen ligt en met de kracht die God ons geeft. Wij zullen oorlog voeren tegen een monsterlijke tyrannie, die zijn gelijke niet kent op de donkere trieste lijst van menselijke misdaden. Dat is onze politiek.
U vraag ons wat ons doel is? Het antwoord kan ik U geven in een woord: ons doel is de overwinning. Dat is ons doel. It is victory, at all costs, victory in spite of all terror, victory, however long and hard the road may be; for without victory, there is no survival. Let that be realised. 
En toen kwam die slotzin. "Come then, let us go forward together with our united strength." 


Over twee jaar is het al weer een halve eeuw geleden dat Winston Churchill stierf. Toen de boot die zijn lichaam droeg langzaam over de Thames gleed en de London Docks passeerde bogen de hijskranen van de havens een voor een. Zo nam Engeland en de wereld afscheid van een man die altijd een onwankelbaar geloof hield in de overwinning. 
Churchill is er niet meer, maar veel van zijn woorden hebben nog altijd betekenis. Juist in deze tijden van zelfzuchtigheid. Van het recht van de sterkste en ieder voor zich. In deze tijden van buitensluiting. In deze tijden, nu de solidariteit in de wereld, in Europa in holle frasen steeds luider en steeds duidelijker hoorbaar op de proef wordt gesteld. 

Daar is nog altijd die zin van Churchill die hij uitsprak in die donkere dagen toen het er zo op aankwam.
"Come then, let us go forward together with our united strength." 

 

___________

 

III

Pas als je niet meer wordt genoemd, dan pas ben je vergeten.

Ik wil u een gedicht voorlezen gedicht van Hanny Michaelis, die in 1922 in deze stad geboren werd en er in 2007 overleed.
Ze liet ons een klein maar prachtig oeuvre na dat het verdient gelezen te blijven worden.

De vader van Hanny Michaelis kwam als 17 jarige conservatoriumstudent naar Nederland, in hoop hier een bestaan op te bouwen. Een erudiet man en bezeten van muziek. Zijn piano was alles voor hem. Toen hij, man van Joodse afkomst, moest vrezen voor zijn leven, deed hij dat ook, maar te midden van al zijn angsten vroeg hij zich ook af hoe lang hij nog piano zou kunnen spelen.

Medio maart 1943 schreven de ouders van Hanny Michaelis een laatste brief aan hun dochter die zat ondergedoken in Leiden. De brief werd over de omheining van kamp Westerbork gegooid en door een student verder vervoerd. De laatste regels van die brief:
Nu is het dan zover dat we afscheid moeten nemen, maar het zal wel niet lang duren of we zijn weer terug. Je laatste gedicht is een geweldige vooruitgang. Het is alles uitstekend gezien en in vorm gebracht en zo actueel.
Nu zullen we elkaar wel niet meer schrijven zolang de toestand blijft. Maar hij blijft niet. Hou je taai, wij doen het ook en tot spoedig weerziens. 

Twee weken na deze brief werden Alfred en Gonda Michaelis- Swaab vermoord in de gaskamers van Sobibor. 57 jaar na hun dood, in 2000, publiceerde Hanny Michaelis een gedicht ter nagedachtenis aan haar ouders: 

 

Met mijn moeder die las en breide tegelijk
en mijn vader die zes uur per dag piano speelde
heb ik jarenlang gepraat, gelachen en ruzie gemaakt 
totdat ze werden ingelijfd bij de legendarische 6 miljoen. 
Een getal, waarover na ruim een halve eeuw nog steeds wordt geredetwist. 

Hun gezichten beginnen te vervagen
De klank van hun stem is al bijna ontkleurd.
Straks ben ik er ook niet meer.
Dan zal het zijn alsof wij drieën nooit hebben bestaan.

 

Alfred, Gonda en Hanny Michaelis blijven bestaan zolang wij hen noemen en gedenken. En dat is wat wij doen op 4 mei. Wij gedenken, wij noemen namen. Wij vergeten niet.  

En morgen vieren we feest. Op de 5e mei vieren we dat we ooit bevrijd zijn. Wanneer was dat ook alweer? Is het al 68 jaar geleden?
In maart 1945 zette Koningin Wilhelmina voor het eerst na vijf jaar ballingschap in Londen weer voet op vaderlandse bodem. Ze was via Brussel, Antwerpen en Maldegem naar Eede gereisd, een klein dorpje op de grens van België en Zeeuws Vlaanderen. Omdat bij Eede de landsgrens niet gemarkeerd was, werd haastig over de weg een streep van meel getrokken.
Op de 13e maart om een minuut voor half een in de middag zette Wilhelmina haar stap over de meelstreep. Een van de belangrijkste gebeurtenissen in mijn leven, zou ze later schrijven. Een paar weken later was heel Nederland bevrijd en brak hier een tijd van vrede aan die voortduurt tot aan de dag van vandaag.
Vanavond legde Wilhelmina's achterkleinzoon Willem Alexander voor het eerst als koning van Nederland de krans bij het Nationaal Monument op de Dam. Een lijn is doorgetrokken. Een nieuw hoofdstuk in onze geschiedenis is aangebroken. 

 

Vraag honderd mensen aan wie en wat zij denken op de 5e mei en ook dan zal het antwoord honderd keer anders zijn.
Ik zal mijn broer bellen en hem feliciteren met zijn verjaardag. Ik zal even kijken naar het journaal. Naar de beelden van bevrijdingsfestivals waarheen artiesten per helikopter worden vervoerd om op zoveel mogelijk plekken hun muziek te laten klinken. Wat is een feest zonder muziek?

Soms vraag ik mij wel eens af hoe wij mensen onszelf moeten beoordelen. Naar onze dieptepunten, omdat wij daartoe in staat waren, of naar onze  hoogtepunten, omdat we daartoe ook in staat waren. Naar welk kant slaat de weegschaal door?
In mijn sombere buien slaat hij door naar de duisternis. Dan vraag ik mij, na weer een verschrikkelijke krantenkop, af hoe lang Churchills donkere trieste lijst van menselijke misdaden nog zal zijn. 
Maar op evenveel momenten slaat hij door naar de andere kant. Naar het licht. Misschien dat 4 en 5 mei ook dat is. Een moment om stil te staan bij de vraag hoe wij er als mensen voorstaan. Een weegschaal tussen Duisternis en Licht.
 

 Wij zijn hier in het Concertgebouw. Een plek van grote kunst en verlichting. Maar ook aan deze plek en zijn bespelers ging de diepe duisternis van de oorlogsjaren niet voorbij. Dat is de 4e mei. Maar we staan op de drempel van de 5e mei. Kijk om u heen.

We zijn hier omgegeven door de grootste namen die de muziekgeschiedenis heeft voortgebracht. Ze staan boven u geschreven, in goud.
Dat waren allemaal mensen, van vlees en bloed, zoals u en ik. Ze creëerden schoonheid uit het niets. Ze schiepen en braken niet af. Ze vernielden niet maar bouwden op. Ze maakten niet monddood, maar spraken zich uit. In onvergankelijke muziek. En die onvergankeljke muziek was mensenwerk. Die muziek zal hier klinken tot in lengte van dagen. Tot die hoogtepunten waren wij als mensen dus ook in staat. Daarin ligt zoveel hoop.

Morgen klinkt er overal muziek. In heel Nederland. In alle stijlen en genres. Van pianissimo tot molto fortissimo. We kunnen niet zonder.
 
Muziek troost, ontroert, maakt ons blij en stemt ons aandachtig. Muziek voert ons terug in de herinnering, schept verwachting. Muziek geeft hoop, maakt ons los van onze angsten en zorgen, onze dagelijkse tobberijen en beslommeringen. Muziek maakt ons even los van de tijd. Doet ons onszelf voor even vergeten.

Muziek verlicht. Muziek bevrijdt.

 

____________

 

 

Diederik van Vleuten 4 mei 2013 

Logon

© 2009 Diederik van Vleuten