DE GROTE OORLOG - Jan Boerstoel

In 1995 speelde ik samen met Arie van der Wulp het theaterprogramma 'Andermans Eiland'.
Het was een programma over vaders en zonen, over vriendschap en familiebanden.
In 'Andermans Eiland' zat een verhaal over een pelgrimage naar de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, die ik samen met mijn vader maakte in de zomer van 1982. Ik vroeg tekstdichter Jan Boerstoel - met wie ik in die tijd veel samenwerkte - om speciaal voor dit programma een lied te schrijven over De Grote Oorlog, en dan met name over de slag aan de Somme, 1 juli 1916. Een lied over hoe het was en hoe het landschap van Picardië er in onze tijd uit ziet. Jan zou er eens naar kijken. Een paar weken later belde hij mij op. 'Ik heb de opzet voor een stukkie' zei hij, 'kijk maar of je er iets mee kan'. De 'opzet voor een stukkie' kwam zonder nog een regel te veranderen in het programma. Wat mij betreft is het een van Boerstoel's mooiste teksten.
In 'Daar Werd Wat Groots Verricht' (2010) komt de Eerste Wereldoorlog heel even ter sprake. Oom Jan, held van het programma, zegt dat hij als kind, spelend op een boerderij vlakbij de Belgische grens, het gebulder kon horen van de kanonnen aan het Westfront van Vlaanderen.



Je bent het industriegebied van Lille een uurtje door,
het vlakke landschap gaat aan hoogte winnen,
met elke afslag komen namen je bekender voor,
stilaan rijd je de Grote Oorlog binnen.
De zachte groene heuvels
waar de Grote Oorlog woedde,
het slagveld van de Somme,
waar een half miljoen verbloedden,
in opperste verbazing,
geen idee en geen vermoeden,
althans niet op de ochtend voor de slag,
die schitterende eerste juli dag..
Ze waren vol vertrouwen
de oorlog ingegaan,
To Paris, Nach Berlin,
had op hun trein gestaan,
de wapenbroeders
die nooit verder kwamen,
dan hier,
en enkel God de Vader
kent nog hun namen.
Er lijkt maar weinig over
wat aan oorlog denken doet,
en aan de modder van herinneringen,
in alle bermen bloeit je rood
de klaproos tegemoet
en leeuweriken hangen hoog te zingen.
Toch kom je als je beter kijkt
langs holle binnenwegen
tussen korenvelden
steeds meer dodenakkers tegen,
bedekt met witte kruisen,
rij aan rij aaneen geregen,
soms duizenden,
soms honderd op zijn hoogst,
die je vertellen van een and're oogst.
Ze waren vol vertrouwen
de oorlog ingegaan,
To Paris, Nach Berlin,
had op hun trein gestaan,
de wapenbroeders
die nooit verder kwamen,
dan hier,
en enkel God de Vader
kent nog hun namen.
tekst © Jan Boerstoel 1995
foto's © Diederik van Vleuten 2009


